Onze duurzaamheidsvisie

Ingrid Bekker

U denkt aan de toekomst en wij ook. Daarom is Wonen Limburg bewust bezig met duurzaamheid en heeft zij een Duurzaamheidsvisie.

Wonen Limburg Duurzaamheidsvisie 2013-2018

We werken bewust aan woonlastenbeheersing en minder CO2-uitstoot. Maar we gaan ook voor een duurzame en innovatieve manier van renoveren van ons bestaande bezit. Duurzaamheid gaat voor ons nog verder: over mobiliteit, ons Wonen Limburg Huis, onze buurtwinkels en de verstevigde relaties met onze huurders en belanghebbenden.

Wonen Limburg als duurzame organisatie

Als maatschappelijke organisatie moeten wij meedenken over dit thema. We zijn daarbij soms kartrekker, maar soms alleen aanjager, sparringpartner of facilitair ondersteunend bij de verschillende initiatieven in wijken of buurten. Bij duurzaamheid behoort ook Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en Social Return On Investment (SROI). Wat we als duurzame organisatie doen staat in onze Duurzaamheidsvisie 2013 - 2018.

De Stroomversnelling

De energieprijzen blijven maar stijgen. En door ons energieverbruik verhogen we ook nog eens de CO2-uitstoot. Logisch dus dat wij als woningbouwcorporatie investeren in het energievraagstuk. Zo zorgen we ervoor dat uw woonlasten niet steeds hoger worden én dat we het milieu ontlasten. Maar het is natuurlijk een bewustwordingsproces. Dit dragen we zowel extern (naar onze huurders) maar ook intern (naar onze medewerkers) uit. Nu investeren in een betere toekomst!
Een duurzamere, comfortabelere woning zonder dat het de huurder wat kost: kan dat? Voor veel huurders willen we dit de komende jaren realiseren. In het kader van het project de Stroomversnelling maken we een aantal van onze huizen vrijwel volledig energieneutraal. Die ingreep betalen de huurders van het geld dat ze vóór de aanpassingen aan hun energieleverancier betaalden. Onder de streep kost het ze dus niets.

Wat we willen bereiken

Wonen Limburg heeft doelstellingen geformuleerd voor energiebesparing en CO2-reductie. Die doelstellingen sluiten naadloos aan bij het convenant Energiebesparing Huursector van 28 juni 2012 dat Aedes, de koepelorganisatie van woningcorporaties, afsloot met de Nederlandse Woonbond, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Vastgoed Belang (vereniging van particuliere beleggers in vastgoed).

We gaan voor:
• Het convenant stelt een gemiddelde energie-index van 1,25 (energielabel B) in 2020 als doel. Een verbetering van het convenant uit 2008 met 33%.
• 20% CO2-reductie (2020 ten opzichte van 2008).
• 20% aandeel duurzame energie in onze nieuwbouw.

Wat we doen

We hebben onze doelstellingen vertaald naar beleid voor bestaande bouw en nieuwbouw. In onze bestaande woningen streven we naar een energielabelsprong van minimaal 2 labels tot maximaal energielabel B. In een plan ligt vast wanneer we welke woningen energetisch aanpakken. In de nieuwbouw focussen we natuurlijk op energiezuinigheid en duurzaamheid. Met name door te kijken naar het MiMi-concept: meer isolatie en minder installaties. Omdat de ontwikkelingen op dit gebied heel snel gaan, toetsen we ons beleid voordurend en passen we het waar nodig aan. Energieprojecten zijn een belangrijk onderdeel van onze groot onderhoudsprojecten.

Onze rol en die van de Huurdersraad

We hebben ons beleid goed afgestemd met de Huurdersraad, het vroegere GOH; Gezamenlijk Overleg Huurdersverenigingen. Die staat achter ons beleid en vindt het belangrijk dat we investeren in duurzaamheid. De coördinatie en uitvoering van energieprojecten vraagt veel van onze organisatie. De hulp van huurdersbelangenverenigingen is hierbij onmisbaar. De verdere doorontwikkeling en de rol van de huurdersbelangenverenigingen spelen daar een essentiële rol in.

Ook bij de keuze voor installaties bij nieuwbouwprojecten streven we naar duurzaamheid. Maar omdat de ontwikkelingen op dit gebied heel snel gaan, leggen we ons niet vast. We bepalen per situatie wat de meest optimale oplossing is. We kiezen zo bijvoorbeeld bij nieuwbouw- of renovatieprojecten onder andere voor de toepassing van warmtepompen in combinatie met warmte-/ koudeopslag. Daardoor kunnen we in de winter de relatieve warmte uit de bodem gebruiken en in de zomer de relatieve koelte.

 

Zoeken